Ooit werd ik in een psychologische test o.a. getest op: ‘Bereidheid tot het volgen van regels.’ Hierop scoorde ik best hoog.

Een behoorlijk braaf meisje dus. Bah.

Maar het is wel een beetje waar: ik ben een schijterd. Als ik een politieauto zie, dan bekruipt mij direct een schuldgevoel. Want ze zullen míj wel moeten hebben. Naarstig kijk ik om me heen in de auto. Staat mijn deur open? Of mijn gulp? Ben ik wel APK-gekeurd? Doet mijn remlicht het soms wéér niet? Hebben ze genoteerd dat ik gisteren, even, héél even mobiel telefoneerde? Een zucht van verlichting als ze gewoon voorbij rijden.

Eén keer heb ik iets heel aparts meegemaakt. Ik was op zoek met mijn twee TomTommen naar de Hammam hier in Amsterdam. Het regende en er was een weg afgesloten. Ik had al 8 keer rondjes gereden en met een gevoel van ‘God-Zegen-De-Greep’ reed ik een tunneltje door waarvan ik niet zeker was of ik er doorheen mocht. Plots zag ik de koplampen van een motoragent achter me.

Deze keer dacht ik: die is niet voor mij. Ik heb namelijk nog nooit een motoragent achter me aan gehad. Dat doen ze niet bij vrouwen. Dat is meer voor mannen en zware criminelen. Dus ik reed door. Zag ik daar nou vaag met mijn nachtblinde ogen ‘STOP’ staan, voorop de motor? Beslist niet voor mij. Tot op een gegeven moment de motor een spurt maakte en met gierende remmen voor mij stil stond. Met kloppend hart draaide ik mijn raampje open. ‘Mevrouw!”, zei de agent terwijl hij zijn helm afdeed. ‘U heeft zojuist 4 verkeersovertredingen begaan. U reed te hard, u keerde ergens waar het niet mag, u reed door een tunnel die niet toegankelijk is voor wegverkeer, en, het ergste nog, u negeerde een stopsignaal van een politieagent!” In gedachten maakte ik een rekensommetje: bij elke overtreding die hij opnoemde. Overtreding 1: 50 euro, voor overtreding 2: 100 euro. Voor 3: minstens 200 Euro en voor overtreding 4 ging ik misschien wel naar het gevang!

Ik moet de motoragent hebben aangekeken zoals een konijn kijkt in de lichtbundels van een naderende vrachtauto. “Mevrouw!” riep de agent. ‘Wat is er aan de hand!’ ‘Ikke…’ stotterde ik. ‘Was de weg kwijt.’ De agent keek mij enkele tellen aan. En besloot dat ik een hopeloos geval was. Hij zette zijn helm op en zei: ‘Goedenavond mevrouw,’. Hij trapte zijn motor aan en vertrok, mij in verbijstering achterlatend.

Achteraf denk ik dat dit mijn verdiende loon was. Deze agent wist het. Dat ik altijd een braaf meisje in het verkeer ben geweest.