Waaiertaal: verleiden met je waaier

Waaiertaal: verleiden met je waaier

Hittegolf in Nederland! In Spanje kocht ik ooit een paar Spaanse waaiers om cadeau te doen aan vriendinnen. Het oude Spaanse vrouwtje dat mij de waaiers verkocht nam mij even apart in een klein kamertje. Daar leerde ze mij de ‘geheimtaal’ waarmee Spaanse dames al eeuwen de heren verleiden. Met hun waaier!

Jonge meisjes uit 19e en begin 20e eeuw die uit dansen gingen, werden altijd begeleid door hun moeder of een  chaperonne. Maar hun waaier hadden ze bij zich! Om tóch te kunnen flirten gebruikten ze onderstaande gebaren als communicatiemiddel met hun geliefde. Ik pleit voor herinvoering van deze waaiertaal! Heel wat romantischer dan zo’n appje!

Volg mij!

Ik ben jaloers.

Ik vind je leuk.

Jij wint mijn hart.

j

Ik wil je zien.

Laten we praten.

 

 

Lichter dan ik

Lichter dan ik

Lichter dan ik, het theaterstuk

Onlangs had ik het voorrecht bij de première van het toneelstuk Lichter dan ik van Korthals Stuurman Theaterbureau aanwezig te mogen zijn. En ik heb genoten. Ik zal u vertellen waarom.

Lichter dan ik is een theaterbewerking van het gelijknamige boek van Dido Michielsen. Het vertelt het verhaal van Piranti, een Javaanse vrouw die als njai werkt. Een njai was in de koloniale tijd in Nederlands-Indië een jonge vrouw die als huishoudster én als minnares in huis werd genomen door een Hollander. Een njai kon zonder pardon ook weer worden afgedankt, of doorgegeven aan een ander. Dat was ingebed in de cultuur, niemand die er schande van sprak.

Piranti is de njai van een Nederlandse militair. Als ze van hem zwanger wordt weigert de vader de dochter te erkennen. Om haar dochter een betere toekomst te bieden, haar dochter die een lichtere huidskleur heeft dan zij (Lichter dan ik), staat zij toe dat deze dochter in een ander gezin opgroeit. Dit tekent de rest van haar leven.

Het is een prachtig verhaal. We hadden het geluk helemaal vooraan te zitten; op de eerste rij zelfs. Dat maakte de theaterbeleving extra intens. Van zo dichtbij konden we de échte tranen van een van de actrices zien. Ik was onder de indruk; échte tranen, echte emotie? Of hebben ze daar op het toneel een spulletje voor?

Ik heb genoten van de sterke acteerprestaties, het verhaal, de ontzetting, en ook het daarop volgende begrip. En vooral ook van de sfeer en de emotie die echt was. Ik vond het wel verwarrend dat Piranti in verschillende fases van haar leven door drie actrices werd gespeeld. Aan de ene kant prikkelde het mij om heel intensief de voorstelling te volgen. Maar ook bracht het af en toe verwarring. He? Nu had ik zo goed opgelet en was ik toch de draad kwijt? Later heb ik begrepen dat deze drie-eenheid moest laten zien dat Piranti’s verhaal niet uniek is, maar het verhaal van veel Indonesische vrouwen.

Het is confronterend, anno nu, om te bedenken dat het in de koloniale tijd vanzelfsprekend was om inlandse vrouwen als huishoudelijke voorwerpen te zien. Die je kon doorgeven en afdanken. Onvoorstelbaar, vooral, omdat die Hollanders van toen geen onaardige mensen waren. Een onderbelicht onderwerp volgens mij. Ik vond het een indrukwekkende voorstelling. Zo’n voorstelling waarvan de warmte lang natintelt. Ik zou zeggen: ga het zien.

Agenda:

https://www.korthalsstuurman.nl/

 

 

 

Dom blondje

Dom blondje

Het mag weer van Rutte en De Jong. Het mag weer, het kan weer en het MOET weer. Afgelopen zondagochtend ging de wekker heel vroeg. In plaats van rustig de krant te lezen en geïnformeerd te blijven, trok ik zuchtend mijn sportpakje aan. En mijn Grote Gymschoenen. Alleen al door die outfit aan te trekken voelde ik me meteen een stuk slanker en fitter. Ik onderdrukte snel de neiging om met Grote Gymschoenen en al weer terug in bed te duiken. Let wel, het was ZONDAGochtend.

Op de trap kwam ik mijn bovenbuurmeisje tegen. Ook op Grote Gymschoenen. “Goed zijn we, hè?” zei ik. “Ik was vannacht pas om vier uur thuis”, kermde ze. Kijk, ik zei maar niets meer.

Ik fietste als een bezetene naar de Jordaan, naar de leukste sportschool van Amsterdam. Hier onderwerp ik me al jaren geheel vrijwillig aan moderne folteringen als pilates, bodyshape en bodypump. Samen met nog zo’n vijfentwintig zwoegende vrouwen in de leeftijd van 17 tot 77 jaar. Deze week drie keer! Tja… Als je sixty something bent, dreigt het algehele verval, de ineenstorting, en vooral: de ‘Juliaantjes’. Weet u wat dat zijn, Juliaantjes?

De term Juliaantjes heb ik voor het eerst gehoord van mijn vriendin Annemarie Oster. Ze vertelde mij dat we deze titulatuur te danken hebben aan onze lieve koningin Juliana. Ook toen Juliana al héél lang voorbij de sixty something was ging ze nog steeds met ontblote armen door het leven. In haar mouwloze koninklijke robes wuifde ze verwoed naar haar volk. Maar als ze naar rechts wuifde, zwabberde haar onderarm naar links. Dat krijg je, op die leeftijd. De schat. Vandaar de titulatuur voor die zwabberende onderarmen: Juliaantjes.

Dat willen wij moderne vrouwen natuurlijk niet, Juliaantjes. Daarom heb ik voor mezelf twee gewichten aangeschaft. Voor thuisgebruik. Om de Juliaantjes een lesje te leren. Het zijn blauwe gewichten. Ze wegen 2 kilo ieder. Ik heb ze Rocky 1 en Rocky 2 genoemd.
Nu heb ik geen leven meer, sinds ik Rocky 1 en 2 in huis heb. Zit ik ‘s avonds op de bank, hoor ik ze al morrelen in de kast. Vragend om aandacht. Af en toe hoor ik een dreun. Ze vechten. Met elkaar en om mijn aandacht. “Stil!”, zeg ik, “ik zit een film te kijken!” Maar daar nemen ze geen genoegen mee. Ze blijven spoken totdat ik ze oppak en braaf mijn oefeningen doe. De despoten.

Meteen ondraaglijk branderig gevoel in armen en Juliaantjes mag ik ze uiteindelijk weer in de kast stoppen. Dan val ik uitgeput op bed. Mis zelfs het laatste journaal. Tja, ook het kranten lezen schiet er dus bij in, nu ik sport. Waarschijnlijk eindig ik als een dom blondje. Maar dan wel eentje zonder Juliaantjes.

Marij Sloothaak

-Deze column is eerder gepubliceerd in het Kring Magazine van Sociëteit de Kring-

Geteisem?

Geteisem?

Heerlijk, de musea weer open! Bij wijze van voorpret scrolde ik even door wat oude foto’s. En wéér moest ik grinniken toen ik deze foto zag.
Het was vóór corona. Ik was druk met een serie blogs: Toerist in eigen stad. Ik vroeg mijn gezelschap een foto van mij te maken voor mijn blog. Voor het kunstwerk dat we wilden fotograferen stonden twee olijke suppoosten.
Nu leek suppoost mij altijd een heel érg beroep. De hele dag op je benen staan bij een schilderij en dan héél streng kijken. En kijk je één keer in de twintig jaar niet: hoppa, gaat er zó een mes door het doek. En krijg jíj de schuld. Ik had dan ook altijd een beetje medelijden met suppoosten. Maar deze leken anders.
Ik wilde dus graag een foto van mezelf in het Stedelijk. Daar ik ooit in het Louvre bijna geboeid ben afgevoerd omdat ik een foto maakte van een kunstwerk, besloot ik deze olijke suppoosten om toestemming te vragen.
“Dat mag”, zei de ene suppoost. “Alléén als u eerst een foto van ons maakt.” En ze proestten het uit.
“Zal ik hem naar u mailen?” vroeg ik na de fotosessie. “Wat zal ik als onderwerp boven de mail zetten?”
“Zet er maar ‘Geteisem’ boven”, zei de andere suppoost. En de ene suppoost sloeg zich op de knieën van de jolijt.
Met een groot hart vol vreugd liep ik het museum uit. Als dít geteisem is, doe mij er dan nog maar een paar… 

 

Op 5 mei denk ik aan mijn grootouders; zij overleefden de Hongerwinter in Amsterdam

Op 5 mei denk ik aan mijn grootouders; zij overleefden de Hongerwinter in Amsterdam

Op 5 mei denk ik aan mijn grootouders in de hongerwinter in Amsterdam.

Mijn grootouders hadden een groothandel in koffie, cacao, suiker en thee in de Amsterdamse Schinkelbuurt. Opa Bart Hertroys was een rasechte Amsterdammer, oma Martha Witte kwam van Texel. Hardwerkende middenstanders. Trots doorploeterend tijdens de Tweede Wereldoorlog. Overlevers van de Hongerwinter.

Urenlang konden ze vertellen over de oorlog, mijn grootouders. Dan zaten wij, kleinkinderen, op de dozen met koffie in het grote magazijn. Oh, wat rook het daar lekker. Naar koffie, thee, soms ook naar specerijen.
Dan verhaalde mijn grootvader, maagpatiënt, hoe hij op een fiets met houten banden melk ging halen bij de boeren, ver in de polder. Hoe hij zich door de barricades van de Duitsers moest liegen. Hoe ze in de ijzig koude Hongerwinter ’44 – ’45 houten blokjes onder de tramrails vandaan peuterden om op te stoken in de kachel. De bomen in het vondelpark waren allemaal al gekapt door de verkleumde Amsterdammers. Dan vertelde hij over de onderduikers. Hoe het weinige eten over vele mensen moest worden verdeeld. Hoe honger, het overléven, soms oerangsten en oerdriften bij de mens naar boven brengt.
Dan praatte hij over de boot bij het Centraal Station, die regelmatig een pakket schapenvlees, kaas en aardappels uit Texel bracht. Wat een zégen, als manna uit de hemel kwam er soms zo’n overlevingspakket voor Martha Witte van Texel. Hoe ze deze kostbare lading dan door de stad naar huis moesten brengen met een houten kar. Met een snik zei mijn grootvader hoe ze de hongerige mensen letterlijk van zich af moesten slaan. “Blijf af! Dit eten is van ons…” Mijn moeder zat op de kar en moest met een stok op de handen slaan van mensen die hun kostbare lading wilden stelen. Veertien jaar was ze.
Verbeten zetten ze door, naar huis. Want thuis wachtten ook hongerige monden; familie, buren, vrienden en onderduikers. Mijn grootmoeder vertelde over de moeders wiens zonen werden opgepakt. Over de Joodse buren die bij de laatste razzia tóch nog werden meegenomen. Over de pop, die mijn moeder meegaf aan het Joodse buurmeisje.
Mijn grootouders hebben het overleefd. Maar de wonde bleef. Elk jaar, op 4 mei, herdachten zij degenen die het níet gehaald hebben. Op Bevrijdingsdag herdenk ik mijn grootouders. Zij konden het navertellen.

Onderschrift foto:  Bart Hertroys en Martha Hertroys – Witte.