Wie mij een béétje kent weet het; je kunt mij ’s nachts wakker maken voor oesters. Oesters. Oesters. Oh, goddelijke Oesters. Zilte zaligheid. Het slurpen van het zoute zeewater… oester proeven … de lichte ‘knak’ tussen je kiezen en dan nog een laatste sluuuuuuurpje zeewater. Hemels! 

Maar: waarom, waarom! Moest ik dan tot mijn 61e levensjaar wachten totdat iemand mij meenam naar Yerseke! Yerseke, Zeeland, de bakermat van de lekkerste oesters van de wereld…  

We bezochten de 19e eeuwse oesterputten van de Proeverij de Oesterij in Yerseke. Bij de Proeverij vind je echte oesterputten. Even wat meer informatie over het groeiproces van oesters voor de liefhebbers: 

Oesters planten zich voort in de maanden juli en augustus. Er drijven dan oesterlarfjes (oesterbroed) in de wateren. Deze larfjes zakken na enkele weken naar de bodem, vanwege het toenemende gewicht van hun schelp. Dit heet broedval. De larfjes hechten zich op de bodem, waar de oesterkweker zogeheten ‘collecteurs’ heeft uitgezet, bijvoorbeeld met kalk ingesmeerde dakpannen. Tegenwoordig gebruikt men vooral lege mosselschelpen. Deze schelpen zijn reeds gekookt en daardoor poreus, zodat ze gemakkelijk afgebroken worden. Als de oesters rijp zijn voor consumptie, dat is na circa 4 à 5 jaar, worden ze opgevist en verkocht aan de Oesterij.  De Oesterij bewaart de oesters in speciale betonnen oesterputten, waar ze in kratten zijn opgeslagen In deze putten wordt het water doorlopend ververst. Zo verliest de oester zijn zand en slib. Ook worden de oesters af en toe droog gezet, waardoor de oesters gewend raken om de schelpen goed te sluiten, waardoor ze, eenmaal uit het water gehaald, langer vers blijven. 

In de putten wordt het water doorlopend ververst …

Geniaal toch? Na een rondgang langs de oesterputten en het kleine museumpje begon voor ons het Grote Genieten in het restaurant van de Oesterij.

We begonnen met een proeverij van verschillende oesters.
Hoewel er heel veel verschillende soorten oesters bestaan, kun je ze opdelen in twee groepen: de platte oester en de bolle creuse oester. De oesters lijken niet zo op elkaar, ook niet qua smaak. Daarbij is de platte een stuk duurder, omdat hij er veel langer over doet om te groeien. In Nederland eet je vaak een oester uit de Oosterschelde: dat kan een romige en zilte Zeeuwse platte zijn, maar ook een naar zeewier smakende Zeeuwse creuse. Daar het van mei tot augustus paartijd is voor de Nederlandse oesters, en ze dan ‘melkig’ worden wat niet iedereen lekker vindt, aten we Franse oesters; Belons, Fines de Claires en de vlezige Ierse oester Gillardeau.

Toen ik even weg was om wat foto’s te maken liet mijn gezelschap wat grof geschut aanrukken: een gigantisch plateau met fruits de mer: kreeft, garnalen, gamba’s, vongole, bulots, mosselen en: oesters, oesters en oesters…

Hemelse smaken in oesterparadijs de Oesterij in Yereske!

 

Website van de Oesterij http://www.oesterij.nl/

 

 

Hoe maak je die krengen zelf open!