Rozen. Van die rode...

Rozen. Van die rode…

 

Be my Valentine…                                                   Marij M. Sloothaak

Ik heb nog nooit een Valentijnskaart gekregen. Nog nooit! Elke Valentijnsdag loop ik even nonchalant naar de brievenbus. Daar, die roze envelop. Zou het? Reclame. Een of andere misselijke bloemenwinkel maakt misbruik van de situatie.

Ik haal natuurlijk mijn schouders op. Puh! Ik hoef geen Valentijnskaart. Ik heb een hele leuke vriend.  Maar toch…  Stel je voor, er loopt iemand rond die mij uit de verte bewondert.  Die mij zó teer bemint dat hij me een Valentijnskaart stuurt. Best wel vleiend voor een vrouw van mijn leeftijd. Hoe oud zou hij dan zijn? Zou, zou hij er leuk uitzien? Enne…waar zou hij me van kennen?

Stel… dat ik een Valentijnskaart zou krijgen. Ik zou opeens de buurman met andere ogen bekijken. Zou hij? Of de melkboer, die altijd zo verlegen lacht. Stel je voor, die kaart kan wel van iederéén zijn. Van de man van de speelgoedwinkel. Of die vader, aan school. Misschien is het wel de muziekleraar van mijn dochter. Nee. Die niet. Die is té erg. Hmmm… Of die taxichauffeur. Van laatst. Die weet waar ik woon. Zou hij? Of…

Stel je voor dat mijn Valentijn het niet alléén bij die kaart laat. Dat hij ook bloemen gaat sturen. Rozen. Rode. Stel je voor dat hij gaat posten hier voor het huis, bij de boom. En dat ik dat weet. Dat ik, met bonzend hart, stiekem achter de gordijnen naar buiten kijk.

Stel je voor dat hij me aanspreekt. En dat ik, toch enigszins geflatteerd, ga blozen. Oh gut, oh gut! Hoe vertel ik het mijn vriend? Ruzie. Ellende. Uit elkaar! Mijn arme bloedjes van kinderen. Nu ik er goed over nadenk: IK WIL HELEMAAL GEEN VALENTIJNSKAART! Daar komen alleen maar brokken van!