OLVG - 1915

OLVG – 1915

Onlangs lag ik 6 dagen in het Onze Lieve Vrouwen Ziekenhuis te Amsterdam. Om redenen waarmee ik u niet zal vermoeien. Ik had geluk; ik lag in een twee-persoonskamer, samen met een oudere heer; meneer Dokter. What’s in a name, nietwaar?

“91 jaar ben ik al”‘, zei hij. “Maar altijd lief en aardig.” Had ik even geluk! Nu was de heer Dokter zeer vriendelijk, maar stokdoof. Hij vertelde mij verhalen  over zijn bewogen leven. Maar als ik dan antwoordde, praatte ik tegen een muur. Enfin, we hadden het gezellig, meneer Dokter en ik. Hij noemde mij Roodkapje, vanwege de lange rode kamerjas die ik droeg. Altijd goed voor een grinnik.

Nu lag ik 2 jaar geleden ook in het ziekenhuis met een oudere heer op de kamer. Deze heer was andere koek. Hij had net 3 maanden geleden zijn vrouw verloren, en wilde nu alleen maar dood. Hele nachten kermde hij zijn doodswens. Belde hij de zusters, tot gek makens toe. “Zuster, komt u me mijn pilletje geven? Want ik wil dood!”

Ik was een beetje bang van hem. Hij lag er soms bij met het schuim om de lippen. Oh gruwel. Tot ik op een ochtend de moed op kon brengen eens bij hem te komen zitten. Hem zijn verhalen te laten vertellen. Over de oorlog. Over de armoede. Over de doos met stuivers die hij had gespaard om echte schoenen te kopen. De doos met zijn schoenengeld die zijn moeder tenslotte gevonden had. En die ze in de oh zo broodnodige, huishoudpot gestort had. Want men was arm. En eten was belangrijker dan schoenen.

Hij vertelde over zijn vrouw. Hoe mooi ze was. Dan gingen zijn ogen glimmen. Zijn verhalen werden steeds geestiger. Het contact werd intiemer. Soms zaten we beiden te schateren van de lach. In het begin wilde meneer Janssen niet eten. Hij wilde dood. Op de dag dat ik wegging deden we een race wie het eerst zijn toetje op had. Eindelijk weer eten!

Die meneer Janssen. Waarschijnlijk is hij nu allang bij zijn vrouw. Ik hoop het zo.

Gisteren werd ik ontslagen uit het OLVG. Meneer Dokter moest blijven. De pijn waaraan hij leed, scheen te zijn veroorzaakt door zijn heupen die gebroken bleken te zijn. Al maanden lang. Meneer Dokter woont in een verpleegtehuis. Schande!

Ik pakte mijn spulletjes in, ietwat verward vanwege mijn plotselinge vertrek. “Ik zal je missen”‘ zei de oude meneer.

“Ik zal je echt gaan missen Roodkapje.”

Ik gaf hem een kus op zijn kale kruin, om hem mijn tranen niet te laten zien. Ook ik zal u missen, meneer Dokter. Altijd lief en aardig en 91 jaar. Maar dit zijn dingen in het leven, die, hoe intensief ook, voorbij gaan…